Linkedintwitter logo silhouette 4Facebook Transparent

Onderwijsonderzoek

Kritiek op Masterplan Basisvaardigheden

didactief original

Tekst Masja Lebouille

Met een Masterplan Basisvaardigheden wil minister Dennis Wiersma problemen in het funderend onderwijs aanpakken. Hulpteams moeten scholen straks gaan helpen de leskwaliteit weer op de rit te krijgen en er komt een extra subsidieregeling voor scholen. Er kwamen gemengde reacties.

Of er wat moet gebeuren in het onderwijs, is voor velen meer een weet dan een vraag. Uit peilingsonderzoeken (zie bijvoorbeeld Dossier PISA en Peil Schrijfvaardigheid) blijkt steeds maar weer dat te veel leerlingen van school gaan zonder dat ze de basisvaardigheden beheersen (daaronder schaart Wiersma lezen, schrijven, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap). De achteruitgang wijt de minister niet aan de scholen zelf: het lerarentekort, de nasleep van de pandemie, een overvloed aan maatschappelijke opdrachten en een verouderd curriculum lieten hun sporen na. Maatschappelijke trends als minder lezen en schrijven in vrije tijd en minder bibliotheken maakten het niet makkelijker. ‘Ga er maar aan staan als school’, aldus Wiersma.

De overheid heeft de afgelopen jaren te veel op zijn handen gezeten, stelt Wiersma. De oplossingen zijn te veel overgelaten aan de onderwijssector zelf. Met het masterplan wil Wiersma meer de regie pakken. Dat wil hij niet alleen doen met financiële middelen (in het coalitieakkoord maakt het kabinet structureel €1 miljard vrij) maar ook door leraren ‘daadwerkelijk te helpen met kennis en mogelijkheden voor hulp en ondersteuning’. Daar wil hij niet te lang mee wachten en daarom vinden de eerste acties al in schooljaar 2022-2023 plaats.  

Wat houdt het plan precies in? Wiersma streeft naar een duurzaam programma voor de lange termijn, pakweg 10 jaar. Hij wil vier domeinen aanpakken: taal, rekenen en wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid. Dat zal gebeuren aan de hand van vijf pijlers:

  • Extra tijd en ruimte voor kwalitatief goede leraren (Hierbij hoort onder andere meer bij -en nascholing en ontwikkeltijd voor leraren, het verleggen van de focus naar wat écht belangrijk is en betere begeleiding van starters).
  • Effectieve leer- en ontwikkelmiddelen (Wiersma wil dat alle scholen gebruik gaan maken van effectieve onderwijsmaterialen en ondersteuning kunnen krijgen bij de keuze en aanschaf hiervan.)
  • Aansluiting school en omgeving, incl. extra aandacht voor lezen en boeken op school (Scholen moeten meer gaan samenwerken met partners rondom de school zoals voor- en vroegschoolse educatie, buitenschoolse opvang, kinderopvang, bibliotheken en de cultuursector).
  • Basisblik, door monitoring en onderzoek, inclusief scherper toezicht (Wiersma wil beter zicht op de basisvaardigheden en de ontwikkelingen nauwkeurig monitoren. De  inspectie moet sneller ingrijpen wanneer het een school niet lukt om verbetering te laten zien).
  • Duidelijke opdracht aan het funderend onderwijs (Er moet een ‘goed en helder landelijk curriculum’ komen, stelt Wiersma. Zo wordt duidelijk voor scholen wat ze niet hoeven doen).

Wat gaat er dan concreet veranderen? De komende maanden moet OCW de plannen nog verder uitwerken met het onderwijsveld, maar Wiersma licht alvast een tipje van de sluier. Zo noemt hij een bundelingvanverschillendefinanciëlemiddelen, omdat scholen door alle incidentele gelden soms door de bomen het bos niet meer zien.

Ook komen er (externe) basisteams voor scholen die ondersteuning hard nodig hebben of behoefte hebben aan externe hulp. ‘In tegenstelling tot hoe ‘hulp’ in het verleden misschien ervaren is, wil ik expliciet benadrukken dat deze teams pertinent niet tot taak hebben een plan de school in gooien en dan maar te kijken hoe ‘ze’ dit gaan uitvoeren’, schrijft Wiersma. Volgend schooljaar kunnen zo’n 150 po- en vo- scholen gebruik maken van de inzet van basisteams. Voor een grotere groep van 350 po- en vo scholen komt er een subsidieregeling. Scholen kunnen middelen aanvragen om te besteden aan bewezen effectieve aanpakken, zoals extra uren onderwijstijd voor leerlingen die dat nodig hebben. Scholen mogen zelf bepalen wat het beste past. Omdat het masterplan (deels) overlapt met het Nationaal Programma Onderwijs, krijgen scholen op dit moment geen generieke financiële impuls. Een extra opdracht zou op dit moment niet passend zijn, schrijft Wiersma.

Kritiek

Met name het plan voor de hulpteams komt Wiersma op kritiek te staan. Een van de hoofdpunten: waarom wéér investeren in specialisten rondom het onderwijs, in plaats van in onderwijsteams zelf? Eva Naaijkens, schoolleider van Alan Turingschool in Amsterdam, schoof samen met SP-Kamerlid Peter Kwint aan in radioshow ‘Spijkers met Koppen’  en wond er geen doekjes om. ‘Ik werk inmiddels 15 jaar als directeur en inmiddels voelt het alsof er ontwikkelingswerk op ons wordt losgelaten. (...) Bijna iedereen is betrokken bij het onderwijs en helpt het onderwijs, maar het onderwijs heeft zelf niet genoeg mensen om zichzelf te helpen (..).’ Even later vervolgt ze: ‘Onderwijs is een samenhangend systeem en iemand van buitenaf kan problemen in het onderwijs niet oplossen. Dus je moet er alles aan doen om teams te versterken, maar van binnenuit.’ Ze doelt desgevraagd op betere lerarenopleidingen en het verminderen van de lestaak van leraren, zodat ze meer tijd hebben om hun onderwijs voor te bereiden. Daarnaast vraagt ze zich af waarom wereldoriënterende vakken niet worden genoemd in het plan. ‘Aardrijkskunde, geschiedenis, kennis van de natuur... Wij (op de Alan Turingschool, red.) lezen daar veel over want dat is juist wat kinderen verder brengt.’ (Lees daarover ook Vergroot de wereld van je leerlingen en Zet kennis voorop)

Peter Kwint benadrukt dat de focus echt op het groeiende lerarentekort moet liggen. ‘Er zijn nu te weinig docenten, die in vergelijking met andere landen heel veel moeten lesgeven (..) En er komt heel veel om de les heen, van ouderavonden tot uitjes tot begeleiding tot themaweken. Als dit plan in de weg gaat lopen van het oplossen daarvan, is dit een ramp.’ Hoewel hij erkent dat het lerarentekort niet volgende week is opgelost en hij het te prijzen vindt dat Wiersma iets wil proberen, vindt hij het vaag wat die hulpteams in de scholen zouden moeten gaan doen.

Overigens, in het vrije schoolonderwijs heeft de inzet van vliegende brigades in het verleden de prestaties van leerlingen daadwerkelijk verbeterd.  

Er zijn ook positievere reacties op het masterplan van Wiersma, bijvoorbeeld op Twitter. Zo twitterde Paula van Manen (zie Roc-doet boekje open) ‘Heb zojuist de Kamerbrief over het #Masterplan #basisvaardigheden bestudeerd en ben enthousiast. Hoe de externe ondersteuning er precies uit gaat zien, staat nog helemaal niet vast... En er staat zoveel méér in het plan. Ik ben verrast, EINDELIJK actie!’ Haar kanttekening: neem ook de onderwijsbestuurders mee in het plan. Want, zo twitterde van Manen: ‘Zij zijn de grootste veroorzakers van de situatie waar we nu in zitten. Coach de lui, want een aantal doet rare dingen!’

Tamar van Gelder, voorzitter van de Algemene Onderwijsbond, is blij dat Wiersma niet voor een quick fix gaat. ‘De minister heeft geluisterd en gaat voor een lange termijn aanpak.’ Maar ook zij wijst het lerarentekort aan als belangrijkste obstakel: ‘Iedereen in het onderwijs wil de basisvaardigheden verbeteren, maar we hebben gewoon meer collega’s nodig.’

De komende maanden wil Wiersma het masterplan met elke onderwijssector apart uitwerken. In de zomer zullen daarover twee brieven verschijnen aan de Tweede Kamer. Lees de Kamerbrief hier.