Linkedintwitter logo silhouette 4Facebook Transparent

Lid van de maand

Marie-Claire van Busschbach

Schermafbeelding 2022 06 27 om 22.35.15

 

"Sinds twee jaar werk ik twee dagen per week als leerkracht op een basisschool in Utrecht en drie dagen per week als docent op de Marnix Academie. Dat geeft mij de kans om de verbondenheid tussen theorie en praktijk elke dag te ervaren en mede vorm te geven.'

Leerkracht basisonderwijs
Ik sta twee dagen per week voor groep 6 en ben de coördinator meer- en hoogbegaafdheid op mijn school.

Docent op de PABO
Ik werk drie dagen per week op de PABO, waar ik handschriftontwikkeling en pedagogiek-onderwijskunde geef. Daarnaast ben ik studiecoach en instituutsopleider.

Opleiding en loopbaan

Op de middelbare school begon ik me af te vragen waarom leren voor de een makkelijker gaat dan voor de ander. Hoe lukt het om woordjes in je hoofd te stampen? En waarom haalden we hogere cijfers als we de leerstof aan elkaar uit moesten leggen dan wanneer we naar de uitleg van de leraar luisterden? Dat vond ik fascinerend, dus wilde ik onderwijswetenschappen studeren. In mijn bijbaantje als turntrainster merkte ik hoe leuk lesgeven is, waardoor de keuze voor de ALPO in Utrecht vanzelfsprekend werd. Daar kon ik onderwijswetenschappen en de PABO combineren en daar heb ik geen dag spijt van gehad.

Op de ALPO werd de verbinding tussen theorie en praktijk benadrukt. Die verbondenheid vormt voor mij steeds de rode draad, want in de praktijk gebeurt het. Uiteindelijk wil ik dat al mijn werkzaamheden direct of indirect bijdragen aan een goede onderwijspraktijk. Naast mijn master onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit deed ik invalwerk in het basisonderwijs. Sinds twee jaar werk ik twee dagen per week als leerkracht op een basisschool in Utrecht en drie dagen per week als docent op de Marnix Academie. Dat geeft mij de kans om de verbondenheid tussen theorie en praktijk elke dag te ervaren en mede vorm te geven.

Toegevoegde waarde academische achtergrond

De combinatie van werken op de basisschool en op de PABO geeft me veel voldoening. Ik gebruik in mijn lessen voorbeelden uit mijn eigen groep 6 om de verbondenheid tussen theorie en praktijk ook aan studenten over te dragen. Hoe die wisselwerking voor beide banen van meerwaarde is, illustreer ik graag met een voorbeeld.

Laatst gaf ik op de PABO een les over responsief lesgeven en gesprekstechnieken die je daarbij kunt inzetten. Ik vertelde over een gesprek dat ik enkele dagen daarvoor had met een leerling over haar thuissituatie, nadat ze een woede-uitbarsting had in de klas. Je ziet studenten dan opveren en enthousiast worden zelf die theorie ook te gebruiken in hun klas. Zo gebruik ik mijn werk als leerkracht om mijn onderwijs op de PABO te versterken.
Dat ik het voorbeeld van deze leerling besprak met studenten, werkte voor mijzelf als een reflectie. Ik werd me nog meer bewust van hoe mijn eigen handelen dit gesprek met de leerling had doen slagen en hoe de theorie over responsief lesgeven me hierbij geholpen had. Door dit bewustzijn ben ik de afgelopen weken nog responsiever gaan lesgeven, waardoor mijn onderwijs aan groep 6 beter wordt.

Het is niet verbazingwekkend dat ik de verbinding tussen praktijk en theorie de grootste meerwaarde van een academische achtergrond vind. Nu ik op een reguliere PABO werk, kan ik het onderwijs daar goed vergelijken met de opleiding die ik zelf ervaren heb. Met mijn studenten bespreek ik veel theorie, maar zij leren vooral denken vanuit de praktijk. Academisch opgeleide leerkrachten kunnen daarnaast ook denken vanuit de theorie. Hierdoor hebben ze een bredere blik en schakelen ze makkelijk tussen beide perspectieven. Die perspectiefwisseling versterkt de praktijk en kan helpen om in de wetenschap vaker de praktijk als uitgangspunt te nemen.

Toekomst

Ik hoop nog lang in het basisonderwijs en op de PABO te blijven werken. Het basisonderwijs houdt me een spiegel voor en houdt me realistisch in mijn verwachtingen. Ik zie overal kansen het onderwijs nog beter te maken, maar weet hoe het is als je na het analyseren van je rekentoets, een oudergesprek, een overleg over het nieuwe thema voor wereldoriëntatie en het plannen van de weektaak geen tijd meer over hebt om je te storten op het beleid over meer- en hoogbegaafdheid. Ik zie een mooie uitdaging in het vinden van meer tijd, en misschien vooral prioriteit, voor onderwijsontwikkeling binnen het basisonderwijs.