Onderwijsonderzoek

Beter voorbereid op verlies

Geschreven door: Masja Lebouille

shutter dec 2019 meisjeKleuterleerkrachten in Vlaanderen missen handvatten om kinderen goed voor te bereiden op rouw en verlies, blijkt uit de masterproef van Karen Teunissen (KU Leuven). Ook houden zij nog weinig rekening met de achtergrond van (gelovige) kinderen die een dierbare kwijtraken, terwijl religie en cultuur een belangrijke rol spelen in hun rouwproces. Kinderen komen soms al op jonge leeftijd in aanraking met rouw en verlies. Naast het overlijden van een gezins- of familielid kan het gaan om het gemis van een huisdier of knuffel, een scheiding van de ouders of een verhuizing. Als leerkracht kun je kinderen op deze situaties voorbereiden, bijvoorbeeld door met hen te praten over verlies en prentenboeken voor te lezen over dit thema. Het liefst houd je hierbij rekening met culturele en religieuze verschillen in de klas. In het kleuteronderwijs in Vlaanderen is wat dat betreft nog een verbeterslag te maken, blijkt uit onderzoek van masterstudent Karen Teunissen.

Teunissen onderzocht op welke manier kleuterleerkrachten aandacht schenken aan rouw en verlies en of zij hierbij rekening houden met de culturele achtergrond van leerlingen. Zij interviewde hiervoor veertien leerkrachten en een zorgcoördinator uit het katholiek onderwijs en GO! (Gemeenschapsonderwijs) in Vlaanderen.

Pijnlijk
Het merendeel van de leerkrachten (9) maakte al eens mee dat een kleuter een dierbare verloor en creëerde hier ruimte voor in het programma, bijvoorbeeld door samen met het kind een tekening te maken of een kaarsje te branden. Wel voelen sommigen zich onzeker over hun aanpak en zeggen kennis, handvatten en tijd te missen om het kind goed te begeleiden. Onderwijzers die zelf onlangs iemand verloren, lijken uitgebreider stil te staan bij rouw en verlies dan anderen.

De meeste leerkrachten (13) bereiden kleuters niet doelgericht voor op verliessituaties. ‘Dat is niet iets waar je bewust aan denkt,’ zegt een van hen. Ook voelt niet iedereen zich comfortabel om het onderwerp aan te snijden. Zo werken sommigen liever aan ‘leuke dingen´ en zeggen zij leerlingen te willen behoeden voor pijnlijke zaken of hen niet bang te willen maken. Twijfels of ouders akkoord gaan met thema, spelen ook mee.

Culturele verschillen
‘Als je iemand verliest gaat die naar de hemel.’
‘Niet waar, mijn papa zegt dat mijn konijntje in de grond steekt.’
‘Toen mijn opa stierf, ging hij mee met het vliegtuig.’

Hier zijn kleuters aan het woord uit de groep van Teunissen, die zelf ook voor de klas heeft gestaan. De uitspraken laten zien hoe cultuur en religie het rouwproces kleuren. De meeste leerkrachten (14) beseffen dit, maar houden hier te weinig rekening mee in de praktijk. Dit komt onder andere door het onderwijsconcept op school. Zo streeft het GO! onderwijs naar een neutrale leeromgeving, waardoor leerkrachten weinig ruimte zien om aandacht te besteden aan cultuur en religie. De ‘veelkleurige dialoog’, een andere ambitie van het GO! onderwijs en waarbij het de bedoeling is om ruimte te maken voor maatschappelijke diversiteit, komt nog weinig terug in de praktijk. ‘Dat komt hier eigenlijk bewust niet aan bod,’ aldus een leerkracht. ‘Wij halen dat niet aan, want wat zou je moeten aanhalen? Je hebt zoveel verschillende zaken.’
Op de katholieke scholen vormt het Christelijk geloof de leidraad en leerkrachten zeggen in eerste instantie de boodschap van Jezus over te brengen. De diverse achtergronden van de leerlingen kunnen daar een plaats naast krijgen. Sommige leerkrachten proberen vooral de overeenkomsten tussen de religies te onderstrepen: ‘Wij proberen tijdens elk godsdienstmoment duidelijk te maken dat er keiveel overeenkomsten zijn. Dat de kerk en de moskee hetzelfde zijn.’

Vervliegen
De meeste kleuterleidsters zeggen weinig kennis te hebben van rouw en verliesverwerking in andere culturen. Zij voelen dit als een tekort in hun aanbod: ‘Dat is voor mij nog moeilijk, van hoe werkt dat bij de Marokkaanse gemeenschap, hoe werkt dat bij de Poolse gemeenschap? Ik ga er geen diepgang in kunnen geven.’
Rouwbegeleiding blijkt nog ingewikkelder bij anderstalige of minder taalvaardige kleuters, die zichzelf minder goed kunnen uitdrukken. Aan de ene kant omdat de leerkracht niet begrijpt waar het verdriet vandaan komt, aan de andere kant omdat hij niet goed weet wat te doen bij rouw. ‘Doordat wij dat niet weten laten wij dat ook gewoon vervliegen,’ zegt een leerkracht van een katholieke school.

Bewustwording
Teunissen hoopt dat leerkrachten zich bewust worden van het belang van verlieseducatie. De vertrouwensband en het veilige klimaat die zij samen met kleuters kunnen creëren, geeft hen een unieke positie om kinderen te ondersteunen bij een verlies. Hoewel het thema op katholieke scholen vaker aan bod lijkt te komen dan op GO! scholen (onder andere doordat de dood voorkomt in Bijbelse verhalen), valt bij beide nog winst te behalen. Ook raadt zij leraren aan om zich te verdiepen in de achtergronden van leerlingen en dit te koppelen aan verlies en rouw. Hier zou de lerarenopleiding aan kunnen bijdragen, door de kennis over dit thema te vergroten middels modules, workshops en literatuur.

Rouw bij kleuters
Teunissen zet in haar onderzoek literatuur over rouw bij kleuters op een rij. Kinderen van deze leeftijd zijn nog niet altijd in staat om hun gedachten en gevoelens van gemis in woorden uit te drukken (Deknudt, 2017). Door met hen te praten en hen nieuwe woorden aan te reiken kun je angsten verminderen. Ook kun je hen leren dat rouw en verlies deel uitmaken van het leven en dat het normaal is om verdriet te voelen en te tonen. Je kunt in de klas aan het thema werken door verhalen voor te lezen, theater te maken met handpoppen of muzikale of beeldende activiteiten te organiseren (Heath & Cole, 2012).

Dit artikel verscheen eerder op www.didactiefonline.nl
https://didactiefonline.nl/artikel/beter-voorbereid-op-verlies