Onderwijsonderzoek

Digitaal leermateriaal niet ontworpen voor zelfstandig werken

Geschreven door: Masja Lebouille

De meeste educatieve software is niet ontworpen om basisschoolleerlingen er zelfstandig mee te laten werken, zegt onderzoeker Inge Molenaar (Radboud Universiteit). Kinderen blijven hangen aan makkelijke taken en worden niet uitgedaagd op hun niveau. ‘Er is een stroomversnelling nodig in de ontwikkeling van digitaal leermateriaal.’

Veel basisschoolleerlingen werken vanwege de coronacrisis thuis met educatieve leerlingsoftware. Wat vindt u van de ontwikkelingen van de afgelopen weken?
‘In zeer korte tijd hebben onderwijsuitgevers het gedigitaliseerde materiaal toegankelijk gemaakt voor iedereen en scholen hebben het geïntegreerd in hun onderwijs: we mogen de sector feliciteren. Er zijn grote stappen gezet. Maar ik hoop wel dat scholen zich realiseren dat de meeste software niet adaptief is, en daarmee niet ontworpen voor zelfstandig leren.’

Wat is precies het verschil tussen digitale en adaptieve software?
‘Adaptieve software is in staat om het leermateriaal aan te passen aan het niveau van het kind. Deze programma’s maken met algoritmes een precieze inschatting van de vaardigheden van de leerling en houden diens voortgang bij. Ook kunnen ze diens ontwikkeling voorspellen: op welk niveau presteert dit kind waarschijnlijk over een halfjaar en welk onderwijsaanbod past daarbij? Maar het digitale materiaal dat de scholen gebruiken, is meestal vooral bedoeld als een aanvulling op de lessen, om te oefenen. Instructie van de leerkracht is daarbij cruciaal. Kinderen krijgen van het programma geen of beperkte feedback: ze zien bijvoorbeeld alleen of ze oefeningen goed en fout maken. Deze software is meestal niet adaptief.’

Dus die digitale programma’s zijn ongeschikt om zonder begeleiding mee te werken?
‘Daar zijn ze niet voor ontworpen. Ze zijn bedoeld voor een setting waarin de leraar lesgeeft en de kinderen met aanvullende digitale middelen werken. Daar mogen we overigens al best trots op zijn. In vergelijking met andere landen hebben wij hierdoor een voordeel tijdens het thuisonderwijs.’

Waar lopen kinderen nu precies tegenaan in de ‘gewone’ software?
‘Zonder begeleiding en instructie kunnen de kinderen waarschijnlijk niet alle oefeningen maken. Dat maakt hen onzeker en gedemotiveerd. Aan de andere kant kunnen goed presterende kinderen niet sneller door de leerstof heen. Voor hen zijn de taken te makkelijk.’

Hoe kunnen scholen straks het beste hiaten in kennis bij leerlingen in beeld brengen?
‘Ik ben voorstander van ondersteuning op nationaal niveau. Ik vind niet dat we deze verantwoordelijkheid helemaal bij scholen moeten leggen. In het buitenland helpt de overheid scholen ook om zicht te krijgen op de ontwikkeling van leerlingen tijdens het thuisonderwijs. Zo kan ik me voorstellen dat we straks een monitoringsprogramma gebruiken dat het niveau van leerlingen in beeld brengt en achterstanden belicht. Ik hoop dat de overheid ook signalen afgeeft over andere vraagstukken, bijvoorbeeld over de vraag of we dit jaar nog de Cito-LVS toetsen en de Entreetoets afnemen, of niet. Beide opties zijn verdedigbaar. Het is fijn als de overheid scholen helpt bij dit soort beslissingen.'

Veel digitale en adaptieve programma’s werken met een beloningssysteem in de vorm van punten of badges. Is dit wel de beste manier om kinderen te motiveren?
‘Dit vind ik lastig te zeggen. Er zijn twee soorten motivatie: intrinsiek en extrinsiek. Intrinsiek gemotiveerde kinderen willen zelf leren, extrinsiek gemotiveerde kinderen worden gedreven door externe prikkels. Het risico van beloning is dat je de intrinsieke motivatie van kinderen tegenwerkt. Het leren draait dan om het behalen van zo veel mogelijk punten. Liever past het beloningssysteem zich ook aan het kind aan: voor sommigen werkt een beloning motiverend, anderen hebben het niet nodig. Verder hoop ik dat we kinderen vaker gaan belonen op de groei die zij doormaken, en niet op de hoeveelheid werk die ze verzetten. Het mechanisme “hoe meer sommen, hoe meer punten” is geen garantie voor betere leerprestaties.’

Denkt u dat de coronacrisis adaptieve middelen op de kaart zet?
‘Dat hoop ik wel. Het zou mooi zijn als de ontwikkeling van goede adaptieve software straks in een stroomversnelling komt. Daar ligt ook een taak voor het onderwijsveld: ik hoop dat scholen het belang van adaptieve programma’s inzien. En dat leraren zich bewust zijn van het verschil tussen digitaal en adaptief. Het zou mooi zijn als scholen straks aangeven dat er vraag is naar adaptieve programma’s. Tot de coronacrisis was de druk vanuit de onderwijssector niet groot, en dat verklaart deels waarom onderwijsuitgevers daar geen haast mee hebben gemaakt.’

Kan de bestaande software adaptief gemaakt worden?
‘Het ontwikkelen van adaptieve software is ingewikkeld en tijdrovend. Uitgevers doorlopen een aantal fasen: eerst digitaliseren zij het materiaal en maken een aantrekkelijk ontwerp. Vervolgens voegen zij stapsgewijs adaptieve elementen toe, zoals oefeningen die zich aanpassen aan het niveau van het kind. De meeste onderwijsuitgevers bevinden zich nog in het beginstadium, al zijn er natuurlijk uitzonderingen. Zo bestaan Taalzee en Rekentuin van Prowise Learn al een aantal jaren en bracht uitgeverij Malmberg laatst het adaptieve rekenprogramma Bingel uit. Als kinderen nog langdurig deels onderwijs op afstand blijven volgen, is het wel verstandig om te kijken of we de bestaande software kunnen verbeteren.’

Aan welke aanpassingen denkt u?
‘Je kunt kinderen een keuze geven over de moeilijkheidsgraad van de oefeningen, zodat sommigen sneller door de stof kunnen. Verder denk ik dat we het leerling-“dashboard” moeten verbeteren: dit is het overzicht waarop leerlingen hun vorderingen bekijken. Vaak is er geen dashboard of kunnen leerlingen alleen hun huidige niveau zien, en niet hoe ze tijdens het maken van de opdrachten gegroeid zijn. Terwijl dat leerlingen juist kan uitdagen om moeilijke taken aan te pakken. Kinderen missen verder uitgebreide feedback en dat heeft op termijn consequenties voor hun leerprestaties. Gelukkig heeft bijvoorbeeld Snappet nu een chatfunctie toegevoegd om dit probleem te ondervangen. Leerkrachten kunnen vanuit dat dashboard direct met leerlingen chatten. En Gynzy heeft sinds afgelopen week een koppeling met Microsoft Teams zodat leerkrachten hun leerlingen tijdens het oefenen kunnen coachen. Maar het allerbelangrijkste blijft dat kinderen uiteindelijk kunnen werken op hun eigen niveau, met leerroutes die de software in interactie met de leerkracht voor hen uitstippelt en die ze uitdaagt om zichzelf te ontwikkelen. ’

Hoe snel zullen de ontwikkelingen gaan?
‘Er is al Amerikaanse software die let op het gedrag van leerlingen en fouten analyseert. Is een fout bijvoorbeeld een snelheidsfout of een constructieve fout? Dat levert waardevolle inzichten op. Het zou mooi zijn als we ook algoritmes toevoegen aan bestaande softwareprogramma’s die op zoek gaan naar misconcepties bij leerlingen. Het programma kan ze daarna stap voor stap begeleiden bij het rechtzetten van die denkfout.’

Hoe begeleid je kinderen die op afstand werken met digitaal leermateriaal?
Verdiep je in het programma en zorg voor een goede instructie met heldere doelen.Blijf de resultaten van je leerlingen monitoren. Bekijk de dashboards bijvoorbeeld dagelijks: hierop staat een overzicht met scores van leerlingen. Als je genoeg zicht hebt op de vooruitgang van een leerling, kun je hem uitgebreide feedback geven.Laat als leerkracht zien dat je er bent en dat leerlingen bij je terecht kunnen. Stuur bijvoorbeeld regelmatig persoonlijke mailtjes: ‘Ik zag dat je vandaag hard hebt geoefend met rekenen’ of: ‘Ik zag dat je dit moeilijk vond. Heb je hier al aan gedacht?’Geef zo veel mogelijk positieve feedback. Wees kritisch op de leerdoelen: welke zijn nu niet haalbaar? Durf die te parkeren.

Inge Molenaar is universitair docent Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit. Zij doet onderzoek naar het gebruik van technologie in het onderwijs, ter ondersteuning van gedifferentieerd en gepersonaliseerd leren.

Dit interview verscheen eerder op www.didactiefonline.nl
https://didactiefonline.nl/artikel/digitaal-leermateriaal-niet-ontworpen-voor-zelfstandig-werken